Plantages / B / Barbados

Sranan Tongo Naam
Schassie, Schasi of Schas

Locatie
Warappakreek (Ook bekend als: Warapperkreek)
Warapperkreek, rechterhand richting oceaan gaande

Grootte
500 akkers (1767)

Producten
Koffie (1767; Koffie en Katoen (1819); Verlaten (1871)

Familienamen Emancipatie 1863
Aduard, Attersum, Gobar, Heemster, Helberg, Hojak, Holberg, Hoorn, Hunsel, Kabeli, Kampenaar, Kampenhout, Kappel, Kever, Kieserit, Kook, Lamberts, Lasonder, Lennip, Loefbeek, Lokhorst, Martens, Medar, Molerus, Morel, Oord (van), San (van der), Sjobar, Verveer, Vlug en Woodfeet.

Omschrijving
Barbados stond nog niet aangegeven op de overzichtkaart van 1749 van de Warapperkreek, en is de eerste van de reeks latere uitgiftes. De plantage ligt op de overgang van de Warapperkreek en het Warapperkanaal.

1753 – Anthony Willem Wolff
Anthony Wolff uit Oldenburg in Oostfriesland trad in 1750 in het huwelijk met Catharina Stratius (1704-1766), weduwe van Edward Tolhet. Hij was in 1752 "Commissaris van Kleine Zaken" en luitenant van de burgercompagnie van Paramaribo. In 1752 is hij eigenaar van de suikerplantage "Kleine Hoop" aan de Cottica. In 1753 vroeg hij de grond voor de plantage Barbados aan. Lang heeft hij er niet gebruik van maken, hij overleed in 1755. Catharina hertrouwde in 1756 "in huis" met Paul Wentworth.

1756-1759 – Paul Wentworth
Paul Wentworth (1728-1793) uit Barbados was in 1757 raadsheer van het Hof van Civiele justitie. In 1756 huwde hij met de weduwe Catharina Stratius, eigenaresse van twee koffieplantages. Zij was dus de weduwe van Anthony Willem Wolff, en voordien weduwe van Edward Tolhet. Omdat Catharina voor de derde maal trouwde, was het huwelijk zelf een eenvoudige plechtigheid in haar huis. De Gereformeerde Kerk stond dergelijke huwelijken “in huijs” toe, als er maar Fl. 50,- extra werd betaald aan de predikant.
Paul werd – via zijn vrouw – eigenaar van de suikerplantage Kleinhoop aan de Cottica, en een pas ontgonnen grond aan de Warrapperkreek, nog zonder naam. Wenthworth noemde deze Barbados. Hij was op eigen gelegenheid eigenaar van plantage l’Assistence aan de Cabbeskreek.
Catharina Stratius overleed in 1766. Paul erfde de plantages. In Maart 1766, spoedig na haar dood, verliet Wentworth Suriname op weg naar Amsterdam op de "Swaan" schipper Govert Theunissen. Er is geen terugreis bekend, maar dat zegt weinig, want de database van 18e eeuwse pasagierslijsten is slechts 30% compleet. Na 1766 verdwijnt Wentworth uit de Surinaamse archieven. Toch is hij naar Suriname teruggekeerd, want hij overleed er in 1793. Begraven in de De Nieuwe Oranjetuyn begraafplaats, maar Wentworth's graf is verdwenen. Hij was toen al lang niet meer de eigenaar van plantage Barbados.

1767 – wijlen mr. A.C. Valencijn (1/2 deel); Frans Saffin (1/2 deel)
Paul Wentworth had Barbados verkocht, vermoedelijk vlak na de dood van zijn echtgenote Catharina Stratius. De nieuwe eigenaar werd Amadeus Constantiius Valencijn, hij stierf kort daarna in 1767. De plantage was 500 akkers groot, met 97 tot slaaf gemaakten.
De andere helft van Barbados was het eigendom van Frans Saffin. Hij was een bekende administrateur uit die tijd, maar bezat zelf verder geen plantages. Ook Barbados hij heeft maar kort in zijn bezit gehad.

1769 – Thomas Ferdinand Wolff
Thomas Ferdinand Wolff (1741-?) huwde in 1767 "in huis" met Elisabeth Jacoba Labadie (1748-?). Het was voor beiden het eerste huwelijk, maar de kerk werd om onbekende reden gemeden. Op 19 April 1769 werd de plantage Barbados gekocht door Thomas Ferdinand Wolff.

1793 – Erven J. D. Limes
Barbados was nog steeds een koffieplantage. Hoe en wanneer de plantage van Wolff uiteindelijk in handen gekomen is van de erven J.D. Limes is ons niet bekend.

1821 - D. F. Schas
Barbados was in 1821 een koffie- en katoenplantage met een oppervlakte van 500 akkers. Eigenaar D.F. Schas woonde in Nederland. Hij was tevens eigenaar van de katoengrond Estersrust. Verder hadden de erven J.W. Schas nog 2 plantages in Suriname: dat waren de suikerplantages Welbedacht en Goudmijn, beide aan de Commewijnerivier.
In 1843 wordt in de almanak gemeld dat de plantage 220 akkers groot was, waarom de plantage een stuk kleiner was geworden is niet duidelijk. Mogelijk een fout. Er werkten 220 tot slaaf gemaakten op Barbados op dat moment. In 1848 overleed D.F. Schas.

1853 – Insinger en co.
Insinger en co verstrekten hypotheken aan plantage eigenaren. Het feit dat de plantage in 1853 in eigendom van de bank was, doet sterk vermoeden dat D.F. Schas een hypotheek genomen had op de plantage en in gebreke was gebleven. Het eigendom verviel dan aan de bank. Hij overleed in 1848, dus mogelijk is zijn dood de oorzaak van het verschuiven van het eigendom. Er is niets bekend over zijn erfgenamen en hoe zij met het bezit van de plantage omgegaan zijn.

1863 – emancipatie (emancipatieregisters)
Op Barbados werden 213 tot slaaf gemaakten vrijverklaard die 31 familienamen ontvingen. Er waren veel grote familie's. De bekende Surinaamse familienamen Hunsel, Kabeli, Kampenhout, Kappel, Martens en Van der San, zijn afkomstig van de plantage.

In 1871 werd de plantage verkocht, onbekend of dat is gelukt en aan wie. Het ziet er naar uit dat de plantage sindsdien verlaten is.

2008
De plantage is geheel begroeid met bos. Daarin staat nog het restant van de oude loossluis. De warappakreek is in 2007/2008 geheel uitgegraven, voor toeristische doeleinden. Alle plantages zijn verlaten, met hier en daar nog restanten van bebouwing.

Eigenaren
1753-1755: Anthony Willem Wolff
1755-1756: Catharina Stratius
1756-1766: Paul Wentworth
1767-1769: wijlen mr. A.C. Valencijn (1/2 deel) en Frans Saffin (1/2 deel)
1769-?: Thomas Ferdinand Wolff
?-1793-?: erven J. D. Limes
?-1819-1848: D.F. Schas
?-1853-1871?: Firma Insinger en Co.

Foto's

Sluis. Foto KDV architects, 2008

Sluis, de naamplaat van de metselaar. Niet leesbaar. Foto KDV architects, 2008

Twee groeven, de sluis was ingericht voor een dubbele sluisdeur. Foto KDV architects, 2008



NB: De informatie op deze pagina is afkomstig uit vele bronnen, deze kunnen worden geraadpleegd op onze bronnen pagina.