Welkom bij Suriname Plantages

Suriname. Een prachtig land met een heftige geschiedenis. Maar ook een interessante en een veelzijdige.

Geschiedenis
Wie zich verdiept in de geschiedenis van Suriname, stuit vrijwel meteen op begrippen als 'plantage' en 'slavernij'. Totdat de Engelsen definitief voet aan wal zetten rond 1650, was Suriname alleen bewoond door inheemsen. De komst van de Westerse mens in Suriname betekende een ommezwaai voor de geschiedenis van het land. Ze kwamen om het land te koloniseren en startten landbouwondernemingen. Deze werden 'plantages' genoemd. Na de Engelsen kwamen de Zeeuwen en de Fransen het land koloniseren. Uiteindelijk waren het de Zeeuwen (later Nederlanders) die aan het langste eind trokken en Suriname tot 1975 als kolonie hielden.

De Slavernij
Aangezien de ondernemers (planters genoemd) zoveel mogelijk winst probeerden te maken, werd gepoogd de inheemse bevolking tot slaaf te maken. De simpele redenatie van de planters was als volgt: de goedkoopste arbeiders zijn immers arbeiders die geen loon krijgen. De planters susten hun geweten door te redeneren dat mensen die geen christen waren, minderwaardige mensen waren. Deze konden daarom zonder pardon als slaaf worden gehouden. Wie tegenstribbelde werd gestraft, mishandeld, verminkt. Soms tot de dood erop volgde. Sommige planters stonden bekend als extreem wreed, andere weer als veel humaner. Op de suikerplantages was het leven als tot slaaf gemaakte het wreedst, op de houtplantages hadden ze weer veel vrijheid. Planters hielden ook zogenaamde huisslaven voor het werk in het huishouden, zowel op de plantage als in de stad (Paramaribo). Deze tot slaaf gemaakten hadden ten opzichte van de landarbeiders een eenvoudiger leven. Het maakte dus een groot verschil waar je terecht kwam.
Het tot slaaf maken van de inheemse bevolking mislukte grotendeels door sterfte en verzet. Men besloot over te gaan tot het halen van arbeiders uit Afrika. Ze werden als tot slaaf gemaakte gekocht van Afrikaanse handelaren aan de Afrikaanse kust of geroofd door de slavenhalers en tot slaaf gemaakt. Tevens werden ze gehaald uit andere kolonies. Vanaf het moment dat er tot slaaf gemaakten op de plantage aan het werk werden gezet, ontstond marronage: het in opstand komen tegen en het vluchten uit slavernij. De gevluchte slaven (Marrons genoemd) vormden nieuwe woongemeenschappen in het binnenland van Suriname. Van tijd tot tijd vielen ze plantages aan om voedsel te verwerven en soms ook tot slaaf gemaakten te bewegen zich aan te sluiten bij de marrons. Vanuit de koloniale overheid werden expedities opgezet om deze marrons te achterhalen en te straffen voor het vluchten. Deze waren maar in enkele gevallen succesvol, meestal niet. Plantages in afgelegen gebieden werden door de oorlog tussen de marrons en de overheid veelal verlaten en opgegeven door de planters.

1863: De Emancipatie
Nadat in 1863 de slavernij in Suriname werd afgeschaft (de emancipatie), werkten de voormalig tot slaafgemaakten nog tien jaar verplicht op een plantage naar keuze. Deze keer wel voor een arbeidsloon. Na 1873 ontstond er een tekort aan arbeiders op de plantages. De wreedheid van de ondertussen afgeschafte slavernij zorgden ervoor dat voormalig tot slaafgemaakten veelal niet bereid waren nog langer op de plantages te blijven werken, ondanks dat ze nu ook betaald werden. Degenen die wel bleven verwierven later delen van de plantages, omdat de planters vaak geen contant geld meer hadden om het loon te betalen. Veel plantages waren rond de afschaffing al in slechte economische staat en belast met onbetaalbare hypotheken, mede door het op te grote voet leven van de planters. Het moeten betalen van de lonen gaf het laatste zetje naar faillissement van veel plantages. Loon werd soms pas na jaren uitbetaald, maar dan in natura: delen van de plantage werden uitgegeven in eigendom aan de arbeiders. Op andere plantages ontstonden pachtconstructies.

Contractarbeid
Andere plantages wierven arbeiders in India (Hindostanen genoemd) en later Java (Javanen). Deze arbeiders hadden het niet heel veel beter dan vroeger de tot slaaf gemaakten: zwaar werk, lange werkdagen, uitbuiting en slechte huisvesting. Met het verschil dat zij wel (karig) uitbetaald werden, in principe vrij waren en geen lijfstraffen ondergingen (uitzonderingen daar gelaten). Ook vele plantages die werkten met contractarbeiders gingen uiteindelijk ten onder, een deel van de nazaten van deze arbeiders wonen en werken nu nog steeds op deze plantages. Veel plantages zijn vandaag de dag niet meer als zodanig herkenbaar en overwoekerd door bos en in enkele gevallen verdwenen in de oprukkende Atlantische oceaan. Enkele plantages zijn veranderd in woonwijken van Paramaribo, sommige zijn toeristische trekpleisters geworden en enkele zijn zoals eerder vermeld nog actief als landbouwgebied voor de kleine landbouw.

Op deze website vindt u informatie over de plantages die Suriname kent en gekend heeft. Verzameld voor diegenen die interesse hebben in dit belangrijke aspect van de geschiedenis van Suriname. Daarnaast vooral samengesteld voor diegenen die op zoek zijn naar hun voorouders of die van anderen.

De familienamen die in 1863 werden gegeven aan de ex-slaven na de emancipatie zijn gekoppeld aan de plantagenamen. Deze website wil daarmee een bron zijn voor verder genealogisch onderzoek. Tevens zijn ook de familienamen te vinden die zijn toegewezen tijdens manumissies.

Er zijn vele bronnen geraadpleegd om de website van informatie te voorzien: (online) archieven, literatuur, oude kaarten en websites. Waar mogelijk zullen we een verwijzing maken naar de geraadpleegde bronnen. Wat u op deze website vindt, is de verzameling van al deze informatie. U kunt zoeken op plantagenaam, locatie of per familienaam.

Let wel: De informatie op deze site is nog verre van compleet! De informatie wordt continue aangevuld en gecorrigeerd.

Vriendelijk verzoek om ons te contacten bij vragen, opmerkingen, correcties of aanvullende informatie.