Plantages / A / Akkerboom

(Ook wel gespeld als: De Akerboom)

Locatie
Commewijnerivier

Grootte
500 akkers (1770)

Producten
Koffie en Katoen (1792); Koffie (1830)

Omschrijving
Dirk Versteeg was een koopman in Amsterdam die investeerde in een plantage in Suriname, omdat hij dacht dat dat een rendabele belegging zou zijn. Hij is nooit in Suriname geweest. Hij overleed in 1750; zijn kinderen Anna, Johanna en Gerrit waren zijn erfgenamen. Akkerboom was in die tijd vermoedelijk nog een plantage in opbouw.
Dirk Versteegh was gehuwd met Annaatje (Anke) Akerboom. (?-1749). Hij heeft de nieuwe plantage naar haar vernoemd, maar in Suriname werd de naam verbasterd tot “Akkerboom”. Uit het huwelijk van Dirck en Annaatje werden te Amsterdam zeven kinderen geboren: Gerrit (1718-?), Anna (1719-?), Johanna (1721-?), Gerrit (1723-?),Pieternella (1727-?), Petronella (1729-?) en Dirk jr. (1734-?).
Aangezien Dirk Versteeg niet in Suriname woonde, moest hij daar een vertrouwensman aanstellen om het bedrijf op te bouwen en te besturen. Hij koos Bernard Anthony Schuster, die het bedrijf heeft geleid tot 1761, en daarna werd vervangen door Barend Geerke.
3 overlevende kinderen van Dirk Versteegh hebben geld verdiend met de plantage, maar niet zozeer met de bedrijfsvoering. Er was te Amsterdam omstreeks 1760 veel vertrouwen in de rentabiliteit van Surinaamse plantages en het was mogelijk om grote hypotheken af te sluiten. De kinderen hebben de plantage belast met een zeer hoge hypotheek (Fl.240.000,- bij het fonds Luden & Speciaal) en deze vervolgens niet afgelost. Het geld werd niet gebruikt om de plantage te verbeteren en leidde uiteindelijk tot het verlies van de plantage in 1770 aan de schuldeiser Luden & Speciaal.
De plantage ging vermoedelijk met gesloten beurs over naar Luden & Speciaal. Kortom, de uitstaande hypotheekschuld werd kwijtgescholden met als gevolg dat het bezit van de plantage overging naar Luden. Een verliespost, aangezien de plantage waarschijnlijk veel minder waard was dan de hypotheekschuld. Er werd gepoogd om nog winst te maken met de plantage om de beleggers in Europa nog wat geld op te leveren. In 1770 zond het fonds Tjerk Lolkes naar Suriname om de plantage te administreren; in 1792 was C.M. Busch de directeur op de plantage; de administratie werd gevoerd door G.A.D. de Graaff samen met directeur Busch. Het fonds Luden had – in 1792 - in totaal 19 plantages in eigendom.
In 1830 bezocht de landbouwkundige M.D. Teenstra de plantage om gegevens te verzamelen voor zijn boek “de landbouw in de kolonie Suriname”. Hij noteerde, dat Akkerboom een kleine koffieplantage was met 59 tot slaaf gemaakten, en een grondareaal van 500 akkers.
In 1835 werd de plantage gekocht door de Hartog Jacobs, eigenaar van de plantages Leijdenshoop en Jacobslust. In 1843 produceerde de plantage koffie. J.C. Kalke was toen de directeur, en de administratie werd gevoerd door G. Jacobs & M.A. Keyser. Maar het lukte uiteindelijk niet om de grond winstgevend te maken. In 1853 werd de plantage onder sequestratie gesteld, en in 1855 openbaar verkocht. De nieuwe eigenaar is niet bekend.
In 1861 werd de “blote grond” van de plantage verkocht. De plantage was blijkbaar verlaten. De nieuwe eigenaren waren M. Knel, A. Christo, A.C. Thakker, en Gabriel James Boereveen. Over hen konden nog geen gegevens worden achterhaald.
De plantage komt niet voor in de emancipatieregisters van 1863 en was dus waarschijnlijk op dat moment buiten gebruik.

Eigenaren
1745: Dirk Versteeg
1750: Erven Dk. Versteegh
1770: J.H. Luden qq.
1835: Jacobs en Barend, qq. en pr.
1843: Erven Hartog Jacobs
1855: ?
1863: M. Knel, A. Christo, A.C. Thakker, G.J. Boereveen

NB: De informatie op deze pagina is afkomstig uit vele bronnen, deze kunnen worden geraadpleegd op onze bronnen pagina.